Winterbloeiers in de Plantentuin Gent op 8 februari 2024

Camellia in bloei (foto boven)

Tijdens een eerdere observatieronde in december viel het op dat de pioenen (Paeonia) actief geworden zijn. De rode, bottende knoppen worden zichtbaar doorheen de tuin. Intussen lopen deze (traag) verder uit, zowel de gewone als dat van een boomexemplaar. Eén bepaalde boompioen (specifieke naam volgt nog) heeft opvallende uitlopers:

De Rhododendron mucronulatum in het arboretum:

In de sierborder, voor de ingang van het grootste serrecomplex zorgen de combinatie Chimonanthus praecox en Viburnum farreri voor een vroege lente ervaring. De Chimonanthus bloemen zijn sterk geurend en lijken vliegjes aan te trekken. De V. farreri geeft algemeen een zweem van roze weer maar is bijna uitgebloeid. Op locatie stond dit exemplaar al in bloei in december. Aan de voet van de Viburnum staat Vinca major ‘Oxyloba’:

Chimonanthus praecox:

Overzicht van de sierborder met links vooraan 3 struiken Danae racemosa; die ook tussen de hoofdingang van het domein en de ingang van het universiteitsmuseum op een rij geplant staan naast het pad.

De Viburnum grandiflorum, met opvallende tekening op de bast, staat vol in bloei:

Achter deze V. grandiflorum staat er een Cornus mas x officinalis, waar ik online, op het eerste zicht, geen goede informatie over kan vinden. De Cornus mas (gele kornoelje) is inheems in Europa. Cornus officinalis is volgens de plantendatabase van Kew inheems in China en zou later pas in Japan zijn ingevoerd hoewel deze in Vlaanderen soms vermarkt wordt als Japanse kornoelje. In elk geval staat de Cornus mas x officinalis vlak aan de kleine vijver in bloei, net als de Cornus mas ‘Kasanlaker’ (foto onder) in de moestuin. Deze ‘Kasanlaker’ is een grootvruchtige, eetbare variatie die dus goed op zijn plaats staat in de moestuin.

Van de struiken wil ik nog drie exemplaren noemen vooraleer ik overga naar vaste planten en bolgewassen. De ene, en dat is de laatste opvallende bloeiende struik van het moment die ik wil vermelden, is Edgeworthia chrysanta, die een gelijkaardig oorsprongsgebied heeft als de Cornus officinalis. Naast het overlappende gedeelte in oorsprong komt het van nature ook voor in Myanmar.

Qua bolgewassen vallen vooral de bloeiende sneeuwklokjes (Galanthus) en bloeiende cyclaam (Cyclamen coum) op. Er staan ook enkele bloeiende winterakonieten (Eranthis hyemalis) vlakbij het paarsbladige speenkruid ‘Brazen Hussy’, maar het gaat slechts om enkele exemplaren die relatief onopvallend blijven. Het speenkruid staat nog niet in bloei. (Ficaria verna zou intussen Ranunculus ficaria geworden zijn, voluit dus Ranunculus ficaria ‘Brazen Hussy’):

De stengelloze sleutelbloem Primula vulgaris (Kew Plant database, Ecopedia), waarvan de bloemen gedeeltelijk verstopt zitten achter bladeren van C. hederifolium, is volgens de huidige informatie op Ecopedia een oorspronkelijk inheemse plant die achteruit gaat in het wild. “Tijdens gericht onderzoek werden in 2000 in Vlaanderen een 90-tal populaties teruggevonden. De laatste decennia is zowel het aantal als de omvang van de populaties sterk achteruitgegaan (ENDELS et al. 2002).” – het lijkt me echter een plant dat zeker een meerwaarde kan betekenen in de tuin.

Tot slot nog een foto van de Mandragora officinarum in bloei:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *